Skip to content
Reviewwidget met sterren

Het verzamelen van informatie over de kern van een graankorrel is een gave geweest die Antoni van Leeuwenhoek (1632-1723) uit Delft als geen ander van zijn tijd verstond. Het is aan deze mooi geniale microscopist te danken dat wij klanders en hun verwoestend werk op korrelniveau al eeuwen kennen.

,,Van de Voortteelinge van de klander, en hoe die in een koorn komen”. Dit soort taal over het voortplanten van de klanders in koren verwacht je niet direct in de 17e eeuw. De zoon van een eenvoudige mandenmaker en brouwersdochter in Delft sleep zijn eigen glazen om de wereld van de insecten te verkennen. Leuk te weten is dat hij deze diertjes soms in buisjes bij zich droeg, zodat ze niet zouden kunnen verkleumen. Het stelde hem in staat ze elk uur te onderzoeken. Verbluffend knap werk leverde hij af.

Korreleitje

Iedereen heeft wel een voorstelling van de grootte van een graan-, maȉs- of rijstkorrel. In zo’n kleine korrel, zo ontdekte hij toen al, wordt één eitje gelegd. Voortgezet onderzoek maakte duidelijk dat het eitje van de snuitkever of klander (Sitophilus) binnenin de korrel zich tot larve ontwikkelt en ontpopt.

De invloed van allerlei soorten klanders op de waarde van graan-, maȉs- en rijstoogsten is wereldwijd immens. Alle voedsel dat zetmeel bevat zoals broodsoorten, macaroni en pasta’s, kan onder het vergrootglas. Tot en met de brokken voor honden en katten. Aardig van Antoni dat hij ons eeuwenlang bij de les houdt.